Dossier

« Home vrijdag 12 juni 2009

Radiogolven: gevaarlijk of niet?

Perceptie leidt tot ongegronde ongerustheid

Gsm-toestellen zijn niet meer uit ons leven weg te denken. Hoewel nogal wat mensen zich zorgen maken over de stralingsniveaus van de gsm-masten, lijkt niemand echt stil te staan bij de straling die uitgaat van de gsm-toestellen zelf. Alleszins lijkt niemand echt bereid om z’n gsm-toestel veiligheidshalve aan de kant te laten.

one6_dossier1Er bestaan heel wat verschillen tussen het stralingsniveau van gsm-antennes, gsm-toestellen, WiFi-antennes, radio- en televisiezendmasten, DECT-telefoons of walkietalkies. Metingen tonen aan dat de blootstelling aan een gsm-antenne met een stralingsniveau van één volt per meter gedurende vierentwintig uur, vergelijkbaar is met het stralingsniveau dat iemand absorbeert tijdens een gsm-gesprek van vier minuten. Gaat het om een gesprek op een plaats met een slechte ontvangst – wat voor een grotere straling zorgt bij het gsm-toestel – dan is hetzelfde stralingsniveau al bereikt na nauwelijks tien seconden. Bij een slechte ontvangst moet het gsm-toestel immers zelf meer uitzenden om verbinding te maken met de mast. Hieruit blijkt meteen al dat de publieke opinie de rol van de gsm-antennes verkeerd inschat.

Misvattingen bij publiek

Dat het gebruik van mobiele en draadloze technologie bij de publieke opinie tot bezorgdheid leidt, is voldoende duidelijk. De meerderheid van de mensen beschouwt het echter niet als een groot gevaar. Een studie van onderzoeksbureau Synovate toont aan dat de publieke opinie een gsm-antenne – ten onrechte – schadelijker vindt dan een gsm-toestel. In de lijst van alle gezondheidsrisico’s plaatsten de respondenten de mobiele telefoon op de tiende plaats, na onder meer roken, luchtvervuiling, radioactieve straling en fijn stof. Het onderzoeksbureau stelde tegelijk ook vast dat er bij het grote publiek heel wat misvattingen bestaan rond de effectieve stralingsniveaus en de werkingsprincipes van de gsm en de gsm-antenne.

Foute informatie

Bijna zeventig procent van de respondenten denkt ten onrechte dat een gsm voortdurend straling uitzendt – ook wanneer u niet met het toestel belt of sms’t. Ruim zestig procent van de respondenten gaat ervan uit dat een toename van het aantal gsm-antennes ook voor een hogere stralingsgraad zorgt, terwijl dat in de realiteit net omgekeerd is. Bijna tachtig procent van de respondenten denkt dat het veiliger is om uw gsm te gebruiken naarmate u zich verder van een gsm-antenne bevindt. Ook dat is niet correct: als de afstand tussen uw gsm-toestel en de gsm-antenne toeneemt, moet uw gsm zelf méér uitzenden om de connectie te maken. Ondanks alle bezorgdheid – ook al is die niet altijd op correcte informatie gebaseerd – zegt maar de helft van de onderzochte gsm-gebruikers concrete maatregelen te zullen nemen (door, bijvoorbeeld, bewust minder met de gsm te bellen). Zowat zesendertig procent vindt het niet nodig zijn gsm-gebruik aan te passen.

Geen reden tot ongerustheid

De bezorgdheid over de stralingsgraad van gsm-antennes kwam eerder dit jaar opnieuw in de actualiteit door het plan van het Brusselse parlement om de stralingsnormen voor gsm-masten te verlagen van twintig tot drie Volt per meter.

Toch stellen wetenschappers zich vragen bij de plannen om de stralingsgraad van gsm-antennes verder te verlagen. “Die antennes hoeven geen bron van ongerustheid te zijn”, stelt Luc Verschaeve, professor toxicologie aan de Universiteit Antwerpen. “Persoonlijk zou ik me eerder zorgen maken over de straling van de zendmasten van radio en televisie. Alleen horen we daar niets over. Het probleem met de gsm-antennes is er vooral één van perceptie.”

Averechts effect

Volgens professor Verschaeve heeft het weinig zin om het vermogen van de gsm-antennes terug te schroeven. “Voor de bevolking zou er eigenlijk weinig veranderen”, zegt hij. “Het klopt dat de straling in de onmiddellijke nabijheid van een antenne door de nieuwe normering lager zal liggen dan vandaag. Alleen is de vraag wie er regelmatig zo dicht bij die antennes komt.” Ook technisch blijkt het niet altijd haalbaar om het vermogen van de antennes in te krimpen zonder een averechts effect te veroorzaken op de straling van de gsm-toestellen. Volgens Luc Verschaeve bestaan er geen wetenschappelijke argumenten om te stellen dat het huidige stralingsniveau van de gsm-antennes gevaarlijk is. “Tegelijk is het natuurlijk ook niet echt mogelijk om te bewijzen dat iets compleet onschadelijk is. Er kan altijd iets opduiken dat we vandaag nog niet kennen.”

Langetermijneffecten zichtbaar?

Critici stellen dat de technologie nog niet lang genoeg bestaat om te kunnen weten of er op lange termijn gezondheidsrisico’s zijn. “Dat klopt”, zegt Luc Verschaeve, “maar er is intussen toch al vrij veel kankeronderzoek uitgevoerd op laboratoriumdieren die hun leven lang zijn bestraald.” Bovendien is het intussen al zowat twintig jaar dat we de gsm gebruiken. Dus ook langetermijneffecten zouden nu al zichtbaar moeten zijn. “De moeilijkheid is echter dat er geen controlepopulatie bestaat waarmee we kunnen vergelijken. Iedereen is aan de straling blootgesteld.” Dat met name de gsm-masten zo moeilijk liggen in de publieke opinie, is volgens Luc Verschaeve ook een stuk in de hand gewerkt door de media. “Wie het luidst roept, wordt gehoord. Studies over het vermeende schadelijke karakter van gsm-masten halen makkelijker de media, ook wanneer die studies onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd zijn.”

Voorzichtig zijn

Professor Verschaeve vindt dat we voorzichtig moeten zijn. “Het is niet verkeerd om voorzorgen te nemen. Alleen bestaan er vandaag geen wetenschappelijke argumenten die aantonen dat het huidige vermogen van de gsm-masten te hoog is.” Ook bij het normaal gebruik van een gsm-toestel is er volgens Luc Verschaeve – ondanks het iets hogere blootstellingsniveau – geen reden tot ongerustheid: “Ook hier zijn er geen wetenschappelijke aanwijzingen. Natuurlijk kunnen sommige gevoelige mensen iets ‘voelen’ wanneer ze met de gsm bellen. Dat gevoel kan echter even goed een psychosomatische oorzaak hebben. En ook al is het gevoel reëel, dan wil dat nog niet zeggen dat het ook schadelijk is.”

Groot voordeel

“Natuurlijk moeten we het voorzichtigheidsprincipe in acht nemen”, zegt ook Martin Zizi, professor neurofysiologie aan de Vrije Universiteit Brussel. “Mocht er rond de gsm-masten ooit een probleem opduiken, dan is dat in de praktijk heel gemakkelijk op te lossen: antennes zijn verplaatsbaar. De grootste straling komt vandaag echter van de handsets, niet van de masten. De kwaliteit en de constructie van gsm-toestellen én de belgewoonten van gsm-gebruikers: zij vormen het grootste risico. Al tien jaar lees ik in de wetenschappelijke literatuur dat een gsm-toestel meer uitstraalt dan een mast. Alleen leest men daar niets over in de media.” Wellicht heeft één en ander te maken met het verschil in risicoappreciatie. Iemand kiest er zelf voor veel of weinig gebruik te maken van z’n gsm-toestel. Iedereen plaatst daarbij voor zichzelf de mogelijke risico’s tegenover de voordelen van mobiele communicatie. Over de aanwezigheid van gsm-antennes daarentegen kan men niet zelf beslissen. “Wellicht is dat de sleutel tot het debat. De mobiele telefoon heeft ons op maatschappelijk vlak een groot voordeel bezorgd. De straling kunnen we beschouwen als de prijs die we daarvoor betalen.”

Gezond verstand

Toch stelt ook Martin Zizi vast dat er vandaag geen aanwijzingen zijn voor grote gezondheidsrisico’s. “Als er echt een gevaar zou zijn, dan hadden we dat na twintig jaar gsm-gebruik zeker al gemerkt”, zegt hij. “Dat wil niet zeggen dat er op termijn geen effecten meer kunnen opduiken. Het bewijst indirect wel dat het effect vandaag heel klein is.” Het blijkt in de praktijk niet makkelijk om het algemene effect van gsm-straling op de totale bevolking te meten. De resultaten van studies op cellen en proefdieren laten zich niet zomaar omzetten naar mensen. Martin Zizi: “Toch moeten we voorzichtig zijn. Kinderen laat u het best niet te lang met een gsm bellen. Tegelijk mag het voorzichtigheidsprincipe niet worden misbruikt om zomaar – zonder wetenschappelijke onderbouw – de normering voor bijvoorbeeld gsm-antennes te veranderen. Het is belangrijk dat we het debat correct voeren en dat we daarbij ons gezond verstand gebruiken.” 

Executive Summary

Bij de publieke opinie leeft de perceptie dat de blootstelling aan straling bij gsm-antennes hoger is dan bij gsm-toestellen. Net het omgekeerde is het geval. Toch is ongerustheid niet nodig. Er zijn vandaag geen wetenschappelijke aanwijzingen dat gsm-antennes of gsm-toestellen schadelijk zijn voor de gezondheid.

Radiogolven: gevaarlijk of niet?1.051

4 reacties op “Radiogolven: gevaarlijk of niet?”

  1. Posted by: Erik Dehasque

    Laten we in dit debat niet de positieve kant van mobiele telefonie vergeten. Door de snellere reactie in noodsituaties zijn er allicht mensenlevens gered.
    Een ander voorbeeld van positieve sociale impact is mijn moeder. Zij is 75 jaar en rijdt nog met de wagen. Het feit dat ze een GSM op zak heeft geeft haar, en ook mij, een gerust gevoel. Of, zoals ik zelf voor had: autopech om 1h30 s’nachts op een autosnelweg in Denemarken. Dan ben je blij een GSM te bezitten.

    Erik Dehasque.

  2. Posted by: Dirk

    Zoals Prof Zizi zei : met de mobiele telefoon hebben we veel meer voordelen dan nadelen gekregen

  3. Posted by: Jean-Marie Stas

    En zeggen dat de toestellen vandaag meer kracht hebben dan een PC van 10 - 20 jaar geleden.
    Kleurenscherm, applicaties, user interface, processor, geheugen en dergelijke.

  4. Posted by: Sanatate

    thanks for useful info

Geef een reactie


Uw e-mailadres wordt niet getoond of gebruikt voor commericiële doeleinden.